DE KLODDERS VAN REMBRANDT

Vroeg in de ochtend stond ik in de rij voor de ingang van het Rijksmuseum waar ik normaal gesproken als een stuk Amsterdamse bubblegum aan voorbij fiets. Ik kijk dan meestal naar die rij met een neerbuigende zweem van ‘triest’ en ‘zeker niks beters te doen’ en ‘domme toerist’. Om aan het andere eind van de fietstunnel te worstelen voor een stoplicht met nog 83 andere bubblegums op bronstige van Moofs (fiets) in een wolk van Molecule01. Dat is een parfum, nee een tijdgeest die vrijwel iedereen bij dat stoplicht om zich heen heeft hangen als betekenisvolle omlijsting.
Perspectiefwisseling: nu zag ik de fietsers vanuit de wachtrij voorbij sjezen. Meer als uitgekauwde Stimorolletjes , grauwig, gestrest en luid pratende in E.T-oortjes. (Ik weet dat E.T. helemaal geen oren had maar de oortjes zelf vind ik lijken op E.T.). ‘Triest, dom’, oordeelde ik. Zeker niets geleerd van Carola.
Hoe dan ook. Pure projectie van een zoektocht naar zingeving, want ja, ik heb niets beters te doen.
Ik had me voorgenomen zo lang mogelijk in het museum te zijn. Om de inhoud echt eens tot me door te laten dringen. Zeeslagen, ingelegde kastjes, glaswerk, absurde rijkdom.
Ik heb alles gezien en het duurde vijf uur.
Soms was het wat lastig om mijn aandacht bij een stuk Delfts Blauw te houden omdat ik levende mensen toch leuker vind. Die levende mensen hoestten, niesten (al die specerijen ook) en waren continu de weg kwijt. Alsof ze een ANWB-route liepen op lsd. Ontredderd soms, maar gelukkig stevig verankerd op hun Mefisto’s. Bij het barretje vroegen ze om een bekertje melk.
Tussen alle afgehakte hoofden, diagonalen, lichtinvallen, koloniale dikke lucht, strandtaferelen, blauw, koeien, nimfen, faunen, putti en een audiotour waardoor je niets meer zélf hoeft te ervaren omdat het je haarfijn wordt opgelegd, zijn er die ontelbare lijsten die het schilderij afmaken. Definitief wordt er met zo’n lijst eigenlijk afscheid genomen van het idee dat het door mensen is gemaakt.
Alleen de Nachtwacht hangt nu bloot, zonder lijst achter glas omdat het werk wordt onderzocht. Ik zag de klodders van Rembrandt’s hand aan de randen. Het beste eigenlijk dat ik in die vijf uur zag. Mijn innerlijke Freek Vonk zocht naar de mensen van de bekertjes melk om ze met licht verende knieën en geheven handen te enthousiasmeren. Want klodders mensen, die klodders daar gaat het om. Magie ontleed. De mens ontmaskerd. De lichaamsgeur achter het parfum. No more bubblegum (dat rijmt).
​​​​​​​