Fenolijn
Vannacht had ik mijn jaarlijkste horeca-nachtmerrie. Ik werkte deze keer in een restaurant dat bestond uit 25 afgesloten kubussen. Ik moest met borden saté over de daken van de kubussen springen en het eten via een doorgeefluik in het dak aan de dinerende stelletjes geven. Ik droeg een mondkapje. Zoals meestal vergat ik twee of drie bestellingen en kwam erachter op een moment dat mensen ondertussen dood gingen van de honger. Door het doorgeefluik zag ik ze in een innige omhelzing levenloos op picknicktafels liggen. Op de borden in mijn handen lag de satésaus gerimpeld over de purschuimen kroepoek. Hier viel niets meer te redden.
Ben je er nog? Dromen zijn saai.
Angsten voor de apocalyps stuwen zich een weg omhoog wil ik er maar mee zeggen. (Ondertussen kijk ik uit het raam en zie ik hoe een man zijn vrouw leert inparkeren. Hij gromt wanneer ze terug moet sturen. Haar raampje staat open. Zij gilt als hij zegt dat ze moet remmen. De zon schijnt te fel in haar ogen en de ruitenwissers zwabberen bij elke draai aan het stuur. De apocalyps stuwt overal).
Gisteren zaten we met negentien mensen van de zaterdagklas Verlies -Rouw en Stervensbegeleiding voor het Zoomscherm les te krijgen in Eenzaamheid en Ouderdom en de wet -en regelgeving daarin. En in de middag kregen we les in deugdenethiek. Bevredigend was het niet. Want theorie leren over iets dat nu continu nodig is klemt. Jammer joh, te laat. Weer iemand eenzaam.
Veel mensen in de klas werken in de zorg: met vluchtelingen, in een psychiatrische inrichting, als uitvaartondernemer, als vrijwilliger in een hospice, als mantelzorger. En aan het begin van de les vertelde iedereen bescheiden hoe het leven aanvoelt. Opvallend was dat niemand iets terugzei. Dat is vooral het bijverschijnsel van de muteknop. Want het momentum is al gauw voorbij als je er gemiddeld 7 seconden over doet om jezelf te unmuten om het medeleven van je af te praten. Maar aan alles was voelbaar dat niet reageren en lief naar elkaar staren uiteindelijk veel meer betekent.
Donderdag viel Loet uit een boom. We waren een bestelde lens ophalen in een winkel en ik liep fotograferend terug naar huis. Ik was versplinterd door het plezier om de wereld eindelijk door een vaste hoek van 40mm te kunnen bekijken, maar schaamde me tegelijkertijd dat ik zonder goede reden buiten was. In de winkel had de man achter de toonbank zeker drieënhalve meter afstand gehouden en mij met een lange grijper de bon overhandigd. Hij zag er bezorgd uit. Ook voorspelde hij dat het volgende dat ons zou overkomen het wegvallen van het internet zou zijn. Een studente fotografie gniffelde binnensmonds ‘ok boomer’. Ik dacht alleen maar: wat heerlijk. Ik dwaal af.
Loet viel uit de boom met het geluid van een klap op een levensgroot brood dat net uit de oven komt. Hij zat hoog en ik bekeek hem door een hoek van 40mm. Een slechtere moeder kun je niet krijgen. Hij had moeite om te ademen. Ik wilde 112 bellen maar die impuls werd overstemd door de aanname dat ze hier geen tijd voor zouden hebben. Kun je nagaan. ‘Adem rustig’, zei ik bedeesd maar streng. Hij bewoog zichzelf op mijn schoot en bleef daar een half uur zitten. Alles deed het nog. Naar de dokter dacht ik toen. We moeten tenminste naar een dokter. Maar ook dat moment redeneerde ik kapot. Als opaatje zat hij krom voorop de fiets. Thuis was Domino Day 1992 op tv. Dat is eigenlijk één grote rug zei hij tegen de vallende dominostenen. Hij zag bleek.
Ik durfde het aan niemand te vertellen. Of eigenlijk wilde ik het heel graag vertellen maar dan zonder de reacties. Uiteindelijk vertelde ik het mondjesmaat. Met reacties.
Zoals elke zondag luisterden we vandaag naar Vroege Vogels op Radio1. Dat deed ik al toen ik nog sigaretten rookte in bed. De Fenolijn is een item in het programma waarin een antwoordapparaat met ingesproken berichten wordt afgespeeld. Mensen vertellen kort over iets dat ze die week in de natuur hebben gezien. We zetten de waterkoker er voor uit. We luisteren. Er valt niets te reageren. Dat maakt het zo goed.
Ik overweeg zelf een soort fenolijn te beginnen. Marktplaats staat vol met antwoordapparaten en we hebben een vast nummer. Het internet mag uitvallen, de fenolijn zal blijven. Iedereen mag bellen en inspreken. Om te vertellen over de stuwende apocalyps of over vallende kinderen of over eenzaamheid. Wij staan dan achter het antwoordapparaat om niet te reageren. Als een levende muteknop. Ik denk het nog even uit.
Met Loet gaat het goed. Hij klimt weer. Ik sta eronder. Meer kan ik niet doen.
Disclaimer: twijfel nooit om 112 te bellen, ook in tijden van Corona.