OneFit
Drie maanden terug nam ik voor het eerst een pedicure. Iemand vijlde aan mijn voeten, en kwastte fluoriserende nagellak op mijn nagels. Ik was met een vriendin die dat vaker deed. Zij heeft prachtige voeten. Mijn voeten zijn grillig en gespeend van elk richtinggevoel.
Die vriendin in het voetbadje naast me vertelde over OneFit. Dat is een sportabonnement waarmee je voor een vast bedrag per maand een sportende laag randstedelijke bevolking kan meemaken. Een laag die ik eigenlijk verafschuw maar waar ik evenzoveel hang naar heb.
De vrouwen noem ik voor het gemak graag Zalando-vrouwen. Dat zijn vrouwen die bij het online shoppen eindeloos op ‘dit vind je misschien ook leuk’ drukken en op ‘combineer met’. Dat zie je aan ze. Soms ben ik ook een combineer met-vrouw anders had ik dit natuurlijk nooit kunnen verzinnen.
De mannen lijken op Joep Beving. Er zijn al jaren heel veel Joep Bevingen vind ik. Eerst dacht ik nog: oh nou wat een lekkere, relaxte, fijne mannen zijn dat. Maar die ‘je ne sais quoi’ -houding is uiteindelijk zo doorgeplamuurd dat er niets maar dan ook niets spannends aan te beleven is.
Ik zou gaan filmen binnenkort. Een periode van veertig draaidagen waardoor ik dik, onaantrekkelijk en onverfbaar grijs zou worden. Het doel was goed fit te zijn voordat ik zou afzwaaien richting de filmtijdcapsule.
Het idee van OneFit is eigenlijk dat je altijd kan sporten. En ook overal. Dus ik vond mezelf in de meest uiteenlopende klasjes. Zwetend en ontheemd. Gelukkig heeft het OneFit-systeem de intermenselijkheid van het openbaar vervoer, dus als het goed is heeft niemand me gezien. Behalve misschien toen ik achteraan stond bij een les Dancehall (de eerste en de enige). Achteraan staan is een bitch want weet je, de mensen van de volgende les komen altijd te vroeg. En wie staat daar met haar ass naar de doorzichtige gang toe te daggeren? Precies. Dat was overigens samen met de vriendin met de mooie voeten. Die kon het wel. Ik dwaal af.
In de Dirk van den Broek zag ik vanochtend vroeg een dralende ‘combineer-met’ vrouw die dacht dat haar Joep Beving nog achter haar stond. Ze kirde vagelijk iets over de tarwebloem die er niet was. Maar ik stond daar. Met mijn je-ne-sais-quoi-gezicht, op anderhalve meter afstand. Joep Beving onderzocht de balsamicoazijn iets verderop. Zij droeg een tas met het woord Patta erop. Dat is een ander woord voor ‘schoenen’. (voor de niet-hipsters onder ons: het zegt iets). Ik had zin om erop te spugen maar hee, dat kan niet in tijden van Corona.
Joep had zijn muts op. Gelukkig. De tarwebloem is er al twee weken niet zei ik te hard. Anderhalve meter voelt soms hetzelfde als een oude vrouw.
Het was triest en een opluchting tegelijk dat deze mensen blijkbaar iets wilden bakken met bloem. Ik zag ze voor me met deeghanden en schorten. En een open haard waarin Zalando-kleding zou branden en mutsjes ook. En OneFit. En alle Patta-tassen van de wereld.
Er is geen uiterlijk dat op dit moment nog dient om iets mee te zeggen of over te brengen. OneFit is dicht en elke Zalando-vrouw voelt zich misplaatst. Vooral bij stoplichten met nieuwe hakken aan en een slecht remmende fiets. Alles valt in het niet bij de NOS-app die 148 doden meldt.
Wat me nog het meest bijbleef van een ziekenhuisitem op tv twee dagen terug, is dat afdelingshoofden merken dat het virus zo onberekenbaar is. Dat heel zieke mensen opeens beter kunnen worden. Dat fitte mensen plots dood kunnen neervallen. En dat ze afstevenen op het maken van beslissingen die onmogelijk te maken zijn. Behalve groots is dit virus dus ook grillig. Ik keek van de tv een halve meter lager naar mijn onschuldige, grillige voeten op de rand van de tafel. Vandaag heb ik hun teennagels opnieuw gelakt.